Let op! U gebruikt een sterk verouderde browserversie.

Deze browser heeft veiligheidsissues en kan niet alle mogelijkheden van deze en andere websites weergeven.
Lees meer over het upgraden van uw browser .

MijnKliksafe is wel goed bereikbaar.

Heeft mijn kind een telefoon nodig?

#Mediaopvoeding

Geplaatst op 6 september 2018

Als kind vond ik het niet zo’n leuke periode: het begin van het nieuwe schooljaar. De vakantie voorbij en daarmee ook je vrijheid weg. Met de herfst voor de deur worden de zon en het weer snel somberder. Weer naar school, en dan ook nog naar een níeuwe school, het voorgezet onderwijs, was helemaal een grote stap. Al die onbekende leraren en vaak ook onbekende klasgenoten in een onbekend gebouw. Vooral voor een puber best heftig. Waar is houvast?

Maar diezelfde vraag hebben de ouders van die puber ook. Waar is houvast? Veel ouders zien ook tegen die periode op. Je kind reageert thuis anders, komt niet meer met alles bij jou. Je maakt je zorgen over zijn of haar vrienden. Gaat mijn kind niet te ver in het ontdekken van deze wereld? Waarom botst het zo snel tussen ons? En nu wil mijn kind ook nog zo’n telefoon waar echt alles op kan! HELP!

Wat is wijsheid? Toegeven? Nee zeggen? Volgens mij werkt het allebei niet. En dat zeg ik echt uit overtuiging. Ik weet hoe moeilijk het is om kinderen op te voeden. Ik weet welke vragen en twijfels er omhoog komen. Maar jij hebt dat niet alleen, de ander heeft dat ook. En opvoeden begint niet als je kinderen twaalf zijn en naar het voortgezet onderwijs gaan. Mijn stelling, die misschien wat gewaagd is, maar vooruit: “Opvoeden houdt op als ze naar de basisschool gaan”. Vanaf dan ga je nog meer investeren in vertrouwen en wordt jouw rol die van de coach.

Dit wil ik uitleggen. Het heeft in de eerste plaats te maken met liefde en in de tweede plaats met vertrouwen. Dit zijn allebei dingen die je niet zégt, maar doet. Als ouder leef je de dingen voor. Dat is moeilijk en lastig als je druk bent en allerlei zorgen hebt. Je hebt je handen al vol om richting te geven aan elkaar, laat staan aan je kinderen.

Je praat tegen ze als zij nog niet kunnen praten. Je zingt met ze als zij nog niet kunnen zingen. Je bent lief voor ze als zij alleen nog kunnen huilen. Je voedt ze als zij nog niet zelf kunnen eten. En dan begint ook meteen dat voordoen. Is het je wel eens opgevallen, dat je zelf je mond open doet als je de lepel met een hapje erop naar het mondje van je kind brengt? En het werkt!

En zo is het eigenlijk met alles. Wat jij voor doet, of misschien juist niet doet, dat doen je kinderen na. Ze kijken wat papa of mama doet. Stukje bij beetje draag je jouw waarden en normen over op je kinderen. En dan gaan ze naar school. Er komt afstand tussen jou en je kind. Moeilijk, dat loslaten, maar noodzakelijk. Je hebt er in die eerste jaren, als het goed is, heel veel liefde in gestopt. En nu is het meer tijd voor vertrouwen. Let op: het vertrouwen geven is iets van twee kanten. Jij geeft eerst een stukje vertrouwen (ik vertrouw jou: je gaat het op school redden, probeer maar). En als je kind dan thuiskomt, laat het zien wat het met dat vertrouwen heeft gedaan (‘We hebben in de bouwhoek gespeeld en er was een zandbak!’). Het vertrouwen begint in het klein en groeit dan steeds meer uit. In die tijd op de basisschool moet je als ouders steeds een stapje terug doen. Je kind steeds iets meer vertrouwen geven. Jouw liefde wordt niet minder. Er blijft een veilige ruimte voor fouten en vragen in je gezin. Jouw kind groeit op naar volwassenheid en je leert zelf om afstand te nemen en er te zijn voor vragen en advies. De coachende rol. Er zijn als je kind je nodig heeft. Op welke leeftijd dan ook. Dat is niet een rol waarin je steeds vertelt wat wel en niet mag en hoe dingen moeten. Dat is een rol van luisteren en vragen stellen.

Een moeilijk taak, want je moet jezelf als ouder soms behoorlijk opzij zetten. En je zal er ook fouten in maken. Maar als je basis liefde is, dan mag dat ook.

En nu gaat je kind voor het eerst naar het voortgezet onderwijs. Eerst een stuk fietsen of misschien een eind met de bus of trein. Vroeg weg en laat thuis. ’s Avonds veel huiswerk en op zaterdag een baantje. En nu ook nog een eigen computer en een smartphone? Is dat allemaal wel nodig? En veilig?

Ik stel nu best lastige vragen. Maar ze moeten wel gesteld worden. Onze ervaring thuis is dat je op de middelbare school best af en toe een laptop of computer nodig hebt, maar niet perse een van jezelf. Je kan prima de gezinslaptop gebruiken. Bij een vervolgopleiding wordt het anders, dan is een eigen laptop wel erg handig. Maar tot die tijd: lekker samen doen met de computer in de woonkamer. Hou je als ouder meteen zicht op wat er allemaal op het scherm gebeurt. En een eigen telefoon dan? Is dat direct nodig? En moet deze ook alles kunnen?

Heb jij als opvoeder het goede voorbeeld gegeven met je telefoon en al je apps? Weten jouw kinderen uit jouw daden hoe je er tegenover staat? En als jouw voorbeeld niet zo goed is, durf je het dan aan om in die schuld met je kinderen er over te praten?

Er zijn wel technische middelen om internet en mobieltjes veiliger te maken, maar dat vervangt nooit zoiets als liefde, vertrouwen en er met elkaar over praten. Ik kan niet zeggen wat voor jou wijsheid is om ze nu wel of niet zo’n ding op welke leeftijd te geven. Dat is niet alleen afhankelijk van de omstandigheden, maar vooral ook hoe het in je gezin is. Is daar veiligheid? Is daar liefde en trouw? Kunnen jouw kinderen bij je komen met de moeilijke vragen van het leven? En welke antwoorden heb je dan? Durf je zelf ook dingen te vragen aan jouw kinderen? Of heb je dat nog nooit gedaan? Begin er dan maar gauw mee!

Heb je geen veilig thuis en wil je er over praten? Kijk dan hier wat je er aan kan doen.
Sta je zelf zwak? Lees dan hier eens verder.

Tip over mediaopvoeding:

Uit allerlei onderzoeken blijkt dat een houding van vertrouwen en verbinding (dat heet autoritatief, de moeite waard om eens meer over te lezen) het meest effectief is voor een veilige opvoeding. Ook op het gebied van mediawijsheid. Onder andere de Driestar deed hier onderzoek naar. Op CHI2018, een congres in Canada over de relatie tussen mensen en computers, werden ook verschillende onderzoeken gepresenteerd die hier verder op ingaan. Dat houden wij natuurlijk in de gaten, zodat we goede adviezen op dit gebied kunnen geven. In het kort gezegd zijn er vier stijlen van opvoeden: Autoritatief (hoog in sturing, hoog in verbinding), autoritair (hoog in sturing, laag in verbinding), permissief (laag in sturing, hoog in verbinding) en verwaarlozend (laag in sturing, laag in verbinding). Je leest er hier meer over. 

JanO
Over de auteur:

Jan is vader, techneut én bioloog. Hij komt uit het oosten van het land en doet veel met techniek, maar is ook geïnteresseerd in dingen buiten het internet. Hij wil mensen graag helpen als ze tegen ingewikkelde dingen aanlopen.

Reageren?

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.