Let op! U gebruikt een sterk verouderde browserversie.

Deze browser heeft veiligheidsissues en kan niet alle mogelijkheden van deze en andere websites weergeven.
Lees meer over het upgraden van uw browser .

MijnKliksafe is wel goed bereikbaar.

Tem je telefoon

#Mediaopvoeding

Geplaatst op 27 juni 2019

Tem je telefoongebruik. Ken jij je Digitaal DNA?

Misschien niet je beste vriend, maar toch wel bijna onmisbaar voor de meeste mensen: de smartphone. En die onmisbaarheid (hij is zo handig) brengt meteen ook een spanning met zich mee: we brengen zoveel tijd door met het apparaat. Het boek ‘Ken je digitaal DNA’ laat zien wat er aan de hand is met ons en onze smartphone, en hoe we structuur in deze relatie kunnen aanbrengen.

Ken je digitaal DNA

Lieven de Marez, auteur van het boek, is professor aan de Universiteit Gent en gespecialiseerd in media, technologie en innovatie. Hij verdiept zich onder andere in de relatie van mensen met hun smartphone.

Jij en je smartphone

We hebben hem allemaal (oké, bijna allemaal). En als we er een hebben, gebruiken we hem ook, in meer of mindere mate. Feit: die mate dus, die schatten we allemaal verkeerd in. Verkeerd, als in: te laag. En velen van ons voelen een zekere onrust over de tijd die we doorbrengen met het apparaatje. Het feit dat je smartphone er altijd is, geeft onrust.

Zijn we verslaafd? Nee. We zijn er best bang voor met z’n allen, maar slechts een minderheid is echt verslaafd aan de smartphone. Wat we wel zijn, is afhankelijk. In de meest recente digimeter (februari 2019) geeft 31% van de Vlamingen aan dat ze vinden dat ze te veel tijd aan de smartphone spenderen, of zich zelfs verslaafd voelen (18%).
Het toestel is ons leven dus gaan overheersen en precies daarvandaan komt het unheimische gevoel dat zoveel gebruikers hebben. Want laten we eerlijk zijn: wie is er nu eigenlijk de baas van wie?

Hoe de opperhoofden het zelf doen

Ken je de opperhoofden van Apple, Google, Microsoft en de iPhone? Al deze mannen hebben één overeenkomst: ze zijn in hun eigen gezin superstreng wat betreft het gebruik van een smartphone. De kinderen van Steve Jobs en Bill Gates hebben in hun jeugd helemaal geen technologie gebruikt. Niet omdat de ouders niet geloven in de voordelen ervan, maar juist ook omdat ze risico’s zien.

Voor of tegen

Er is een groep die helemaal tegen is. Er is een groep die voor is, en de gevaren bagatelliseert. Hierin moeten we met elkaar op zoek naar het gezonde midden. De smartphone is echt een andere uitvinding dan heel veel andere uitvindingen: het gebruik vervangt niet iets. We houden onze laptop, we houden onze flatscreen, en we gebruiken daarbovenop nog eens de smartphone. We gebruiken de smartphone vaker, voor meer doelstellingen en bovenop al ons andere schermgebruik.

Er zitten veel voordelen aan een smartphone (informatie is sneller bereikbaar en massaler aanwezig, vriendschappen kunnen makkelijker worden onderhouden, we houden onze financiën goed in de gaten enzovoort). Maar er zijn ook nadelen: de smartphone is allang niet meer het verlengstuk van onze mogelijkheden (zoals Steve Jobs hem introduceerde), het is inmiddels een verlengstuk van ons lichaam geworden, vastgelijmd aan je hand. We staan ermee op en we gaan ermee naar bed.

Inzicht

Maar liefst acht op de tien mensen stoort zich aan het vele smartphonegebruik van anderen, en dan vooral van jongeren. Als deze mensen gevraagd wordt naar hun eigen smartphonegebruik, vinden maar vijf van de tien dat zij zelf te vaak hun smartphone gebruiken. Terwijl qua gebruik de tijden niet veel uit elkaar liggen. Dat vraagt om inzicht: ik erger me aan het gedrag van een ander, maar vertoon zelf precies hetzelfde gedrag.

De Marez legt uit dat er vraag is naar apps die inzicht bieden, maar ook dat de bestaande apps niet voldoen aan dit inzicht. Ze laten zien hoeveel tijd je hebt doorgebracht op je telefoon, en ook nog aan welke apps. Maar ze laten niet zien op welke tijd van de dag je dat hebt gedaan, terwijl juist dat interessant is. Als je aan het werk bent, en twee uur op je smartphone doorbrengt met iets dat niet werkgerelateerd is, dan heb je een probleem. Als je ‘s avonds op de bank zit, is dat heel anders. Universiteit Gent publiceerde een app (mobileDNA) die meer inzicht biedt. En De Marez voorspelt dat grote bedrijven zullen volgen: het bewustzijn groeit, en ook de vraag naar meer grip op de invloed van de smartphone op ons leven.

Schuldgevoel

In de industrie die smartphones en apps produceert, manifesteert zich recentelijk iets wat met geen enkele andere technologie ooit is gebeurd. Van binnenuit komt een soort van schuldbesef met bijkomende verontschuldigingen. Nooit heeft een televisieproducent zich verontschuldigd voor de plaats die de tv in onze huiskamer is gaan innemen. Nooit heeft een game-ontwikkelaar een open brief geschreven om te laten weten hoe erg hij of zij de gevolgen van die uitvinding vindt. Maar in de smartphone-industrie gebeurt dat momenteel wel. Een paar voorbeelden:

 •  Tristan Harris (werkte enkele jaren als ethisch denker bij Google) was uiteindelijk zó overtuigd van de mogelijke gevaren van de smartphone, dat hij zich fulltime ging toeleggen op verstandig smartphonegebruik.

 •  Aza Raskin (uitvinder van de ‘endless scroll’ en dus wellicht verantwoordelijk voor het feit dat toiletbezoeken met smartphone zeven keer langer duren dan zonder smartphone) werkt nu samen met Harris en doet onderzoek naar de gevolgen van smartphones en apps.

 •  Sean Parker (medeoprichter van Facebook) geeft toe dat hij nooit de ongewenste impact had verwacht die Facebook nu heeft op mens en maatschappij. In zijn toespraken heeft hij het steeds over de uitbuiting van kwetsbaarheden die eigen zijn aan de mensen. Met andere woorden: smartphones komen tegemoet aan wensen die we van nature hebben, zoals gemak, aandacht, sociale interactie. Maar smartphones buiten deze uit in een gradatie die behoorlijk kan afwijken van wat goed is.

 •  Chamath Palihapitiya (ooit vicevoorzitter van Facebook) voelt zich buitengewoon schuldig over het feit dat hij, voor zijn gevoel, met Facebook het typische sociale weefsel waarop een samenleving tot dan toe was gebouwd, heeft vernietigd. 

 
Je nieuwe huisdier

Lieven de Marez vergelijkt de smartphone met een dier. Een nieuw soort is in ons leven gekomen, en we zijn er nog niet in geslaagd het te temmen. Zowel mensen, bedrijven als overheden proberen tegenwoordig regels en afspraken te maken omtrent het smartphonegebruik. Die zijn niet altijd even efficiënt of doordacht, maar het laat wel zien dat de domesticatiestrijd aan de gang is en op verschillende plaatsen wordt gestreden: in het gezin, op school en op de werkplek.

Eenzijdig van bovenaf opgelegde maatregelen werken zelden. De oplossing voor de smartphone is dezelfde als die voor de hond: we moeten aan tafel zitten om de huishoud- en domesticatieregels voor de smartphone te bedenken: binnen ons gezin, maar evengoed op school en op de werkvloer. Er zijn regels waar we aan vast zullen houden, en regels die we in de loop van de tijd gaan veranderen. Om die afspraken te maken, is een correct inzicht in eigen smartphonegebruik cruciaal. Alleen dan kan bepaald worden of er in bepaalde contexten, en voor bepaalde mensen, misschien opnieuw een afbakening in tijd en ruimte moet worden gemaakt voor het gebruik van de smartphone.

Ook over het gebruik van de smartphone op school is er nog niet genoeg kennis om een duidelijk plan te maken. De overheid weet ook niet goed wat te doen. Toestaan? Dat leidt vaak tot ergernis bij de leerkrachten. Of verbieden? Dat zal misschien gemakkelijk zijn voor de school, maar wat met leerlingen die na zes jaar voorgezet onderwijs niet meer op die school zitten en dan plots ongelimiteerd toegang krijgen tot hun smartphone. Hoe zullen ze daarmee omgaan, zij die het nooit hebben geleerd? Voorlopig zijn hier nog veel meer vragen dan antwoorden, en blijkt bijkomend onderzoek noodzakelijk.

Voorbeeld

De regels maken we trouwens niet alleen voor onszelf, maar ook als voorbeeld voor de rest van ons gezin, de klas, de werkvloer. De meeste conflicten over de smartphone ontstaan tussen ouder en kind wanneer die laatste twaalf is en een smartphone cadeau krijgt. Maar tegen die tijd hebben die jongeren al twaalf jaar lang een voorbeeld gezien, namelijk hoe hun eigen ouders met hun smartphone zijn omgegaan.

Met z’n allen

De noodzaak tot regulering geldt voor iedereen. Alleen zullen de generaties ouder dan veertig er misschien wat minder behoefte aan hebben, aangezien zij doorgaans minder tijdrovende gewoontes hebben gekweekt dan de digital natives (0-40 jaar). Voor de generatie tussen de 25 en 40 staat de grootste opdracht te wachten. Van hen mag worden verwacht dat zij het goede voorbeeld geven aan jongeren, terwijl ze zelf dat goede voorbeeld nochtans niet hebben gekregen. Zij zijn opgegroeid met een tomeloos gebruik van de smartphone, hebben daar de groeipijnen van moeten doorstaan, en ondervinden vandaag het meest dat gewoontes nu eenmaal erg moeilijk af te leren zijn.

Vandaag

Het moment om in te grijpen, is vandaag. Er hangt ons geen zwaard van Damocles boven het hoofd, maar het is wel tijd om ons gedrag te gaan reguleren, om de peuters van vandaag niet met slechte gewoontes op te zadelen. Ze hebben een voorbeeld nodig, en dat voorbeeld moeten wij geven. Onze kinderen zien dat de smartphone bij hun rolmodellen – ouders, leiding en soms ook leerkrachten – alomtegenwoordig is en begrijpen niet waarom zij de smartphone dan niet altijd bij zich mogen hebben. Hun ouders lezen hen soms de les dat ze te veel op de smartphone zitten, maar slagen er vaak zelf niet in hun toestel in broekzak of handtas te houden als ze met vrienden of het gezin uit eten gaan. Het is deze generatie die verrukt is wanneer dat kleintje van anderhalf al weet hoe zo’n scherm werkt. ‘Kijk, die kan gewoon al swipen’, glimlachen ze. En over de tienjarige: ‘Die weet er al meer van dan ik!’

Misschien is het niet zo’n goed idee om daar zo vol lof over te praten. Veel beter zou zijn om de jongeren die vandaag opgroeien met een smartphone al meteen de juiste gewoontes bij te brengen, en daarin ook het goede voorbeeld te geven.

Nelleke
Over de auteur:

Nelleke werkt op de afdeling marketing en communicatie bij Kliksafe. Ze houdt van schrijven, lezen, snowboarden, muziek en reizen. Snapt niks van proxyservers en dat soort dingen, en op haar kantoor hangt de muur vol met vellen papier. Met quotes, met tekeningen: alles wat inspireert en motiveert.

Reageren?

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.