Let op! U gebruikt een sterk verouderde browserversie.

Deze browser heeft veiligheidsissues en kan niet alle mogelijkheden van deze en andere websites weergeven.
Lees meer over het upgraden van uw browser .

Serviceweb is wel goed bereikbaar.

Onderzoek: Jongeren en online veiligheid

Geplaatst op 6 februari 2017

Achter de schermen

The making of 'Jongeren en online veiligheid' Door: Henk Boeke Datum: 6 februari 2017

Ik ben dol op kijkjes achter de schermen. The making of 'De nieuwe wildernis' vond ik bijvoorbeeld nog indrukwekkender dan de film zelf. Maar nóg leuker is het natuurlijk om zelf achter de schermen te opereren. En daar dan weer smeuïge verhalen over te kunnen vertellen.

Samen met onderzoekster Annemarie van Oosten van de Universiteit van Amsterdam maakte ik voor Kliksafe het rapport Jongeren en online veiligheid. Met als ondertitel: 'Over risicovol mediagebruik en de rol van ouders'. Waarmee ik meteen al – met die ondertitel – een sluiertipje kan oplichten.

Vooraf, tijdens de opzet van het onderzoek, wisten we namelijk nog niet dat de rol van de ouders zo belangrijk is, wanneer het gaat om kinderen en jongeren, en de risico's die ze online lopen. De risico's liggen immers buitenshuis, aan de andere kant van de lijn, zou je zeggen. Dat is waar, maar pas achteraf, toen we de onderzoeksresultaten gingen analyseren, bleek hoe belangrijk de ouders daarbij zijn. En dat we dáár de focus in de rapportage op moesten richten.

Kort samengevat: hoe vaker ouders met hun kinderen praten over hun online mediagebruik, hoe minder risicovol gedrag ze (online) vertonen. Maar regelmatig praten alleen is niet genoeg. Ook de manier van praten bleek ertoe te doen.

We onderscheidden vier manieren van praten:

  • eenrichtingsverkeer (met opdrachten en preken);
  • onderhandeling ("Als jij dit doet, mag je dat");
  • vragend en belangstellend ("Vertel eens...?");
  • wederzijds gesprek (samen afspraken maken).

Uit het onderzoek bleek dat vooral de laatste twee manieren van praten effectief zijn: vragend en belangstellend praten, en praten in de vorm van een wederzijds gesprek. De eerste twee manieren (eenrichtingsverkeer en onderhandelen) bleken minder effectief.

Laat ik eerlijk zijn. Als niet-gelovige had ik verwacht dat protestants-christelijke opvoeders meer zouden preken. Pijnlijk vooroordeel. Gewoon niet waar. De meeste ouders gaan vragend, belangstellend, en wederzijds pratend te werk, en protestants-christelijke ouders vormen daarop geen uitzondering. (Islamitische ouders wel trouwens. Die doen meer aan eenrichtingsverkeer en onderhandelen.)

En nog zo'n geloofskwestie: toen mijn schrijfwerk het eindstadium naderde, werd het nachtwerk. En doorwerken in het weekend, dus ook op zondag. Vooral dat laatste leek mij bezwaarlijk, gezien de Bijbelse waarden van mijn opdrachtgever. De dag des Heren is immers een verplichte rustdag. Ik maakte mij daar oprecht zorgen over. Maar ja, "En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om de mens, en niet de mens om de sabbat." (Marcus 2:27). Dus vooruit dan maar...

Problematischer waren mijn tekstuele ontsporingen in het eerste concept van het rapport. Een aantal keren trapte ik in de val om statistische verbanden (dit hangt samen met dat) op te vatten als oorzakelijke verbanden (meer van dit leidt tot meer van dat). Het ligt zó voor de hand maar het kan niet en het mag niet. Aan de cijfers kun je dat gewoon niet zien. Bijvoorbeeld: communiceren in de vorm van eenrichtingsverkeer kán tegendraads gedrag veroorzaken, maar het kan ook omgekeerd zijn. Namelijk dat het tegendraadse gedrag van deze jongeren eenrichtingsverkeer bij de ouders uitlokt. De onderzoekster moest mij hier telkens op wijzen.

En zelfs daar waar ik het netjes probeerde te doen, moest de onderzoekster mij nog op de vingers tikken. Zo schreef ik bijvoorbeeld: "meer vragend/belangstellend communiceren en meer wederzijdse gesprekken voeren gaat gelijk op met: meer controleren op de echtheid van sociale mediaberichten, eerder denken dat sociale-mediaberichten overdreven zijn, de gedachte dat sexting niet normaal is," etc. Dat 'gaat gelijk op met' suggereert een 1-op-1-relatie, terwijl het verband in werkelijkheid wat zwakker was. Ja, met dit soort rapporten moet je echt op je tellen passen...

Al met al was het een feest om te doen. Het onderwerp is belangrijk, en er kwamen zúlke interessante resultaten uit het onderzoek. We weten nu veel meer van wat zich achter de schermen (en schermpjes) van onze kinderen afspeelt.  Ik hoop dat het u net zo enthousiast maakt als mij.