FRITZ!Smart Gateway recensie – smarthome van AVM
Overweeg jij je huis slimmer te maken? Slimme lampen, slimme stekkers...
De smartphone… wát een hot item. Iedereen heeft er een mening over. Is het nu wel goed of niet, over schermtijden, over irritaties, over kinderen en wat al niet meer. Op 11 november kwam het boek uit: ‘Smartphonevrij opgroeien’ van Thijs Launspach (psycholoog). Daar willen wij natuurlijk meer van weten. Dus las ik het boek.
Bij het lezen dacht ik om de haverklap: wat erg! Waarom beheerst dat glanzende zwarte apparaatje ons leven zo vreselijk? En ik dacht al na een paar bladzijden: ja, ik ga ook het Ouderpact tekenen! Maar goed, lees de samenvatting hieronder eerst maar eens.
Merel: “Waarom zijn onze kinderen veroordeeld tot een apparaat waar we zelf zo’n moeite mee hebben?”
De eerste twee hoofdstukken beschrijven het probleem: hoe de kostbare tijd van onze kinderen opgaat aan de smartphone. Het is geen telefoon meer, het is een supercomputer, die we altijd en overal bij ons hebben. We vinden het als volwassenen al moeilijk om ermee om te gaan – laat staan onze kinderen. De smartphone is misschien wel de moeilijkste opvoedvraag van nu. Je krijgt als lezer een lijst van populaire socialmedia-apps te zien, met daarbij de risico’s.
Het boek zet stevig in op de risico’s, en dat is begrijpelijk. Tegelijkertijd is er óók een andere kant: met goede begeleiding en technische hulpmiddelen kun je kinderen juist leren omgaan met digitale verleiding, stap voor stap. Die balans had soms iets meer aandacht mogen krijgen.
Er zijn wel acht pagina’s gewijd aan de gevolgen van schermgebruik voor je kind. Ik noem er een paar:
Ivana: “Mijn zoon (12) kwam thuis na zijn eerste dag in de brugklas. Benieuwd vroeg ik naar zijn dag. Hij begon te huilen en zei: “Ik heb eigenlijk geen kinderen gesproken, ze zaten allemaal op hun telefoon in de pauze.”
Duidelijke voorbeelden die je als ouder aan het denken zetten.
Het boek geeft een tijdlijn voor de introductie van een smartphone:
De tijdlijn is overzichtelijk en helpt ouders te structureren. Maar: niet ieder kind past binnen deze leeftijdsblokken. Sommige kinderen zijn sociaal-emotioneel eerder of juist later toe aan bepaalde stappen. Daarnaast is het voor veel gezinnen financieel en praktisch niet haalbaar om eerst een beltelefoon te kopen en twee jaar later pas een smartphone.
Een alternatief: koop direct een smartphone en maak er met parental control een ‘dumbphone’ (bellen + sms’en) van. Met tools zoals Qustodio kun je alle apps uitschakelen die je (nog) niet wilt. Zo leert een kind vanaf jonge leeftijd omgaan met verantwoordelijkheden, maar wel in een veilige, begrensde omgeving. Daarnaast zorgt zo’n parental control app dat je toezicht houdt, zonder het gevoel van controleren. Door rapportages krijg je inzichten, en daarmee aanknopingspunten om een mooi gesprek aan te gaan. Dat perspectief had in het boek best meer plek mogen krijgen.
Er staat een checklist bij, van dingen die je met je kind ‘moet’ bespreken voor ze een smartphone krijgen. Praat er bijvoorbeeld over dat ze bloot of seksueel getinte beelden kunnen tegenkomen, grooming, over wat je privé moet houden, de invloed op het dagelijks leven en vooral over grenzen.
Een hoofdstuk lang krijg je tips om met je kind te praten, gebaseerd op ervaringen van heel veel ouders. Wees eerlijk, zoek alternatieven, maak samen regels en afspraken. Hoofdboodschap: neem je kind mee in je beslissing en geef zelf het goede voorbeeld. Wij ouders zijn net zo vatbaar voor de trucjes van Big Tech. Eerst was het een superhandig ding, maar dat is veranderd in een superverslavend ding. Je krijgt allerlei handige tips voor het beperken van schermgebruik – niet alleen van je kind, maar van je hele gezin.
Misschien denk je: het is al te laat. Mijn kind hééft al een smartphone. Het boek stelt dat je kunt “terugschakelen” naar een beltelefoon. Dat is een optie, maar wel een stevige.
Hier mist een mildere route: in veel situaties werkt het beter om niet het apparaat terug te draaien, maar het gedrag. Met duidelijke afspraken, grenzen, én ouderlijk toezicht kun je vaak veel bereiken zonder dat je je kind sociaal op achterstand zet.
Het boek biedt gelukkig wel tips voor gewenning, een ‘mentale schijf van vijf’ en het veranderen van routine. Die zijn absoluut waardevol.
Willem (19): “Bij een groepsreis waren we met twintig jongeren. Als we gingen eten, legden we de telefoons op een hoop op tafel. Wie als eerste zijn telefoon pakte, moest een drankje voor iedereen betalen.”
Bij een gesprek op school noemden kinderen uit groep 6 vijf dingen die hun leuk leken aan een smartphone, en maar liefst 9 dingen die hen niet leuk leken. Onder andere deze herkenbare: je wordt boos als je ervan af moet.
Dit is een gaaf en praktisch hoofdstuk dat je alternatieven biedt voor je smartphone. Dingen opzoeken: ga samen naar de bieb, of zoek het in de natuur op. Neem een analoge wekker. Weten waar je kind is… is een smartwatch wel zo slim?
Handige reminders dat het leven offline óók leuk is. Wel voelt het soms wat zwart-wit: óf smartphone, óf analoog. In de praktijk vinden veel gezinnen juist een middenweg: technologie gebruiken, maar bewust en begrensd.
Naast wat je allemaal zelf kunt doen, volgen er nu tips en ideeën om samen met andere ouders en scholen te werken aan smartphonevrij opgroeien. Begin in de groepsapp van school en doorbreek samen de groepsdruk. Vraag de school om support. Het is gespecificeerd voor het basisonderwijs, en voor het middelbaar onderwijs.
Je vindt nog een hele lijst met de meest gestelde vragen, waar je er vast een heleboel van zult herkennen (ik wel). Het boek voert een pleidooi voor een onbezorgde jeugd voor kinderen en voor het uitstellen van de smartphone. Laat je kind buitenspelen en de echte wereld ontdekken. Als toegift een lijstje met wat je ervoor terugkrijgt (o.a. meer tijd, rust, vrijheid, meer creativiteit) én je krijgt 100 ideeën voor schermloze activiteiten.
Al met al een goed leesbaar boek, vooral heel praktisch. Veel tips en adviezen, en alles uit de praktijk en ervaring van ouders. ‘t Is veel informatie – maar wel nuttig. Je krijgt een spiegel voorgehouden, en wat je ziet, is niet altijd even fraai. Tegelijkertijd is het goed om als ouder te onthouden dat uitstellen niet de énige pedagogisch verantwoorde optie is.
En dan nog het Ouderpact: een mooie beweging waar bijna 60.000 ouders aan meedoen. Maar ook daar geldt: zie de leeftijdgrens van 14 jaar vooral als richting, niet als absolute norm. Elk kind ontwikkelt zich anders.
Mijn advies: lees het boek, haal eruit wat bij jouw gezin past, en durf te denken in kansen én grenzen. Met liefde, aandacht en de juiste tools kun je je kind veilig laten opgroeien. Met of zonder smartphone.
Geef een reactie