Hoe stop je dat eindeloze gelanterfanter achter een scherm?
Wij vroeger Toen ik op de studentenvereniging zat, nu alweer bijna...
Net vijftien is ze. Als je niet beter zou weten, zou je haar makkelijk vijf jaar ouder schatten. De lange wimpers rond haar groene ogen zijn met aandacht ingezet. Haar bewegingen zijn geraffineerd en weloverwogen. Ik moet mezelf tot de orde roepen als ze me koeltjes aankijkt. Ik heb moeite om het kind te zien achter deze façade.
Zes weken later. Op de trap langs de buitenverdieping klinkt gelach en geroep. Als ik naar de hal loop, staat ze met een van de andere meiden dubbelgeklapt van het lachen voor de deur. Ze hebben zich verkleed als mummie, ingewikkeld in wc-papier. Of ik even een foto wil maken voor haar ouders.
Hetzelfde meisje. Zes weken ertussen. De grote verandering? Ze heeft al die weken geen toegang gehad tot social media en haar telefoon. Ze slaapt ’s nachts. Ze leest boeken. Ze kliert met haar huisgenoten en plast in haar broek van het lachen. Ze belt met haar ouders en vertelt over haar belevenissen en over hoe mooi de bergen zijn. In zes weken tijd heeft ze vijf jaar gewonnen. Het kind is weer een kind geworden.
De gemeente Arnhem liet vorige week een bericht uitgaan waarin zij ouders aanraadt om hun kind pas vanaf zestien jaar toegang te geven tot social media. Deze geluiden zijn niet meer uniek. Steeds meer ouders en beleidsmakers luiden de noodklok over de schadelijke effecten van social media op onze jeugd.
Toch blijven veel ouders hun kind wel toegang geven. Waarom eigenlijk? Waarom geven we onze kinderen willens en wetens toegang tot platforms waarvan we weten dat ze hen ongelukkiger en ongezonder maken? Waarvan we weten dat ze minder blij worden met zichzelf, hun leven en de echte wereld?
Het antwoord daarop is gelaagd. Maar we voelen allemaal waar het in de basis over gaat. We gunnen ons kind zo dat het mee mag doen. Dat het niet achterblijft. We zijn bang voor de gevolgen als ons kind niet meedoet. Het voelt alsof we het buiten de groep zetten. We willen onze kinderen bewaren voor de rauwe randen van het leven.
Maar we houden onszelf voor de gek als we denken dat we rotgevoelens kunnen ontwijken door overstag te gaan. Wij zien in de praktijk dat de toegang tot social media een effect heeft op het welzijn van onze tienermeiden. In een levensfase waarin identiteit zich losmaakt van ouders en op zoek gaat naar een plek om zelf iemand te worden, zijn jongeren ongelofelijk gevoelig voor boodschappen van buitenaf. Wie ben ik? Wie kan ik zijn? Ben ik goed genoeg?
Wanneer meiden bij ons in de opvang komen, leveren ze hun telefoon vrijwillig in. Kort voordat ze naar huis gaan, bouwen we telefoontijd weer op. In de eerste jaren hadden we de illusie dat we ze konden leren beter te doseren en relativeren. Inmiddels zijn we die illusie voorbij. Wij kunnen niet op tegen systemen die zijn gebouwd op verslaving, bevestiging en afhankelijkheid. En een tiener in een kwetsbare leeftijdsfase al helemaal niet.
In de dagen dat meiden hun telefoon weer terugkrijgen, zien we het vrije meisje vaak langzaam weer verdwijnen. Achter grote taal, veel make-up en de race om likes. Haar aandacht letterlijk gevangen. Alles wat zich erbuiten afspeelt, lijkt niet meer belangrijk. Het echte leven verdwijnt naar de achtergrond.
En dat is niet eerlijk. We vragen te veel van onze kinderen, als we verwachten dat ze het zelf kunnen. Het is niet eerlijk om hen verantwoordelijk te maken voor het gezond omgaan met systemen die erop gericht zijn afhankelijkheid te creëren. Het is niet eerlijk als ze de hele dag te horen en te zien krijgen dat wie ze zijn, niet genoeg zijn. Dat ze hipper, gespierder, sexyer en succesvoller moeten zijn. Dat is gewoon niet eerlijk.
Laten we ze beschermen. Omdat ieder kind het verdient om kind te mogen zijn.
Geef een reactie