Let op! U gebruikt een sterk verouderde browserversie.

Deze browser heeft veiligheidsissues en kan niet alle mogelijkheden van deze en andere websites weergeven.
Lees meer over het upgraden van uw browser .

Serviceweb is wel goed bereikbaar.

Waarom zijn er computervirussen? – deel 1

Geplaatst op 12 juli 2017

Iedereen heeft er weleens van gehoord en sommigen hebben er vervelende ervaringen mee: computervirussen. Maar waarom zijn er eigenlijk computervirussen en is er wat tegen te doen? Omdat het een belangrijk onderwerp is, is het tijd voor een blog.

De eerste virussen
Jaren geleden had je ook al computervirussen. Die waren wat onschuldiger en vooral gemaakt door programmeurs die met een virus stoer probeerden te zijn. Daar waren ook wat luie programmeurs bij die een variant maakten van een bestaand virus en probeerden daar eer mee te behalen. De tegenmaatregel kwam van een paar programmeurs die virusscanners gingen maken. De eerste virussen haalden grapjes uit door de letters van je scherm te laten vallen of wijsjes af te laten spelen. In die tijd hoefden de virusscanners alleen maar te kijken of een bepaald stukje van de software te vinden was. Toch kon het toen ook al vervelend zijn. Je document kon kapotgaan, waardoor al je werk voor niets was. Ook was er later een virus dat alle printers liet printen tot het papier op was. Je computer kreeg een virus doordat je een besmet bestand van iemand kreeg en je geen goede virusscanner had. Op zich was het een overzichtelijke wereld.

Het wordt serieuzer
De omkeer kwam toen er virussen werden ontdekt waar een overheid achter zat. Zeer geavanceerde virussen, waarbij de ene staat een doelwit in een andere staat heeft. Het eerste doelwit was waarschijnlijk Iran. De antivirusmakers waren onder de indruk van de werking van dit virus. Daarna kregen we virussen die niet meer te verwijderen zijn. Deze verbergen zich bijvoorbeeld in de software waar de harde schijf of de computer zelf mee opstart.

Criminelen
De nieuwste computervirussen worden gebruikt door echte criminelen. Het doel is zoveel mogelijk geld verdienen. Dit doen ze bijvoorbeeld door jouw bestanden te gijzelen en een losgeld te eisen. Dit soort virus noem je ransomware. Het betalen van het losgeld (ransom in het Engels) doe je zo anoniem mogelijk met bitcoins, de nieuwe munt van internet. Een andere manier om geld te ‘verdienen’, is het met heel veel computers tegelijk aanvallen van een bank of een andere onderneming. Met deze DOS (denial of service) zorg je ervoor dat bijvoorbeeld het telebankieren niet meer werkt of dat een bedrijf een tijd lang geen zaken meer kan doen. Letterlijk betekent het ‘ontkenning van de dienst’: de dienst van bijvoorbeeld het telebankieren werkt niet meer.

Hoe krijgt je computer een virus?
Dat is een goede vraag. In alle gevallen gaat het niet zomaar vanzelf. Altijd is er een knop die door het slachtoffer ingedrukt moet worden. We kennen allemaal de rare spammailtjes. Niemand die daar intrapt, toch? Maar wat als er nu een mailtje binnenkomt van de post - net als je een pakketje verwacht? Natuurlijk open je dat... En kom je erachter dat er een virus bij zat. Of je komt op een website een plaatje tegen dat er verleidelijk uitziet. Om verder te gaan en meer te zien, moet je hier klikken… Zonder dat je het zag, heb je toestemming gegeven om de boosaardige software te installeren. Je merkt dat internetten wat langzamer gaat en dat je computer ook niet meer zo snel is.

IoT virussen
Je lamp op afstand aanzetten of in een leuke kleur laten branden. Wie wil dat niet? Of op afstand de camerabeelden van je webcam onder de carport bekijken. Ook dat kan erg handig zijn. Dat je daarvoor je modem te ver open hebt gezet, zie je zelf niet zo snel. Maar deze Internet of Things (IoT) apparaten zijn vaak erg slecht beveiligd. De eerste aanvallen zijn er al mee uitgevoerd en die waren erg effectief, maar niet voor de eigenaar van de camera. De camera doet het nog wel, maar je kunt er niet zo veel meer mee.

Wat nu?
Is er wel iets tegen de virussen te doen? Moeten we maar stoppen met computeren? Nee, dat hoeft gelukkig niet. Bewustwording is het belangrijkste. Je fiets zet je ook niet zomaar zonder slot bij de supermarkt neer. Dan weet je bijna zeker dat iemand anders hem mee zal nemen. Zo moet je ook met je computer, telefoon of tablet omgaan. Niet zomaar op iets aantrekkelijks klikken. Niet te gehaast even iets willen doen, maar rustig lezen en nadenken. Klopt dit wel? Had ik dit gevraagd? Komt mijn pakketje wel met deze postbezorger? Waarom staan er een paar rare taalfouten? Opletten dus. En als het wel gebeurt? Daar gaan we in een volgende blog op in.

 

Over de auteur
Jan is vader, techneut én bioloog. Hij komt uit het oosten van het land en doet veel met techniek, maar is ook geïnteresseerd in dingen buiten het internet. Hij wil mensen graag helpen als ze tegen ingewikkelde dingen aanlopen.